Belasting Tip Aftrekbaarheid Farmaceutisch Hulpmiddel

Op 31 mei 2019 heeft Advocaat-Generaal mr. R.E.C.M. Niessen zijn advies uitgesproken aan de Hoge Raad in een bijzondere zaak op inkomstenbelasting gebied en in het bijzonder de aftrekbaarheid van een farmaceutisch hulpmiddel.

Een vrouw die lijdt aan de ziekte van Crohn was niet gebaat bij reguliere geneesmiddelen en de soorten medicinale cannabis die voorhanden waren bleken niet effectief. Zij besloot zelf te kweken en de kosten daarvan voor medische doeleinden in haar inkomstenbelasting aangifte af te trekken.

Hiervoor is noodzakelijk dat de cannabis wordt voorgeschreven door een arts, niet wordt vergoed en de vraag was of de cannabis ook door een arts of apotheek verstrekt dient te worden. Hiervoor is nu geadviseerd dat dit niet noodzakelijk is.

Dit betekent dat cannabis zelfkweek voor medicinale doeleinden mogelijk binnenkort aftrekbaar is met zekerheid. Het is mogelijk om nu al dit standpunt in te nemen in uw belastingaangifte.

Dit geldt ook voor andere farmaceutische hulpmiddelen die door een arts worden voorgeschreven en die u buiten de apotheek haalt.

Mocht de Hoge Raad het advies van de heer Niessen volgen, dan voorzie ik een loop op artsen om allerlei kruidenpreparaten etc. voorgeschreven te krijgen. Dat worden dan weer kamervragen, waarschijnlijk zal je dan voor dat soort recepten een bedrag moeten betalen extra en zo blijft ook de economie draaien.

De holding in de BTW

Het enkel aankopen, houden en verkopen van aandelen in een andere vennootschap kwalificeert niet als een economische activiteit. Een dergelijke holding heeft geen recht op aftrek van BTW op kosten.

Een holding die een management vergoeding in rekening brengt binnen een concern verricht in beginsel een BTW belaste prestatie. Derhalve, is alle BTW op kosten toerekenbaar aan deze dienstverlening door de holding aftrekbaar. Wanneer u slechts kosten doorbelast vanuit een holding is niet per definitie sprake van een prestatie die resulteert in een economische activiteit. Er dient iets gedaan of niet gedaan te worden en dit dient te worden vastgelegd. Dat klinkt logisch, maar dit kunt u niet aantonen als u slechts kosten doorbelast.

In toenemende mate is er discussie over het feit dat de Belastingdienst stelt dat een holding vanwege niet-economische activititeiten (aankopen, houden, verkopen van aandelen)  naast economische activiteiten, ook beperkt wordt in het aftrekrecht. Vaak is het verstandig om hierover advies in te winnen

Onder bepaalde omstandigheden wordt een holding opgenomen in een fiscale eenheid BTW, ook als geen sprake is van een economische activiteit. Wanneer een holding is opgenomen in een fiscale eenheid is binnen de fiscale eenheid BTW op onderlinge transacties geen BTW verschuldigd en wordt het aftrekrecht van kosten op holding niveau bepaald aan de hand van de BTW-belaste prestaties (aftrekrecht) en vrijgestelde prestaties (in bijna alle gevallen geen aftrekrecht) van de gehele fiscale eenheid BTW. Voor algemene kosten geldt dat het BTW aftrekrecht wodt bepaald aan de hand van een pro rata:

BTW belaste omzet/BTW belaste + vrijgestelde omzet = % aftrekrecht

Echter, voor de algemene kosten is het ook mogelijk om volgens het werkelijk gebruik het aftrekrecht te bepalen. Bijvoorbeeld:  de BTW op ingekocht schilderwerk aftrekken aan de hand van vierkante meters BTW=belast gebruik of de BTW op een aangeschafte computer aan de hand van gebruiksuren die BTW-belast zijn qua activiteiten ofwel prestaties.

Voor een fiscale eenheid BTW dient er sprake te zijn van financiële, economische en organisatorische verwevenheid. Bij vennootschappen geldt voor de financiële verwevenheid dat meer dan 50% van de aandelen direct of indirect in handen te zijn van de holding. Voor de organisatorische verwevenheid dient er sprake te zijn van een gemeenschappelijke leiding over het concern (fiscale eenheid BTW) en voor de economische verwevenheid dient dient de holding en de dochter hetzelfde economisch doel te dienen, bijvoorbeeld dezelfde klantenkring  te bedienen of het onderdeel dient hoofdzakelijk te presteren binnen de fiscale eenheid BTW.

Holding problematiek en BTW kan heel ingewikkeld zijn, soms zijn omvattende berekeningen nodig en het belang voor u bedrijf kan groot zijn.

Bent u voldoende zelfstandig om BTW ondernemer te zijn? Oordeel zelf…


Een ondernemer in de BTW dient zelfstandig te zijn. Hiermee wordt bedoeld dat diegene die in dienstbetrekking zijn geen ondernemer zijn voor de BTW. Er mag geen gezagsverhouding zijn. Ook wanneer sprake is van enige andere juridische band waaruit een verhouding van ondergeschiktheid ontstaat ten aanzien van de arbeids, bezoldigingsvoorwaarden en de verantwoordelijkheid van de werkgever is geen sprake van zelfstandigheid en kwalificeert diegene niet als BTW-ondernemer.

De manier waarop wordt vastgesteld of sprake van zelfstandigheid in de BTW is door na te gaan of de betrokken persoon zijn actviteiten in eigen naam, voor eigen rekening en onder zijn eigen verandwoordelijkheid verricht en of de persoon aan die activiteiten het verbonden economische risico draagt.

In individuele gevallen wordt door de rechter beoordeeld aan de hand van de volgende omstandigheden:

  • Het aantal opdrachtgevers
  • Het hebben van personeel
  • De werkomstandigheden
  • De aard van de werkzaamheden
  • Aansprakelijkheid voor schade
  • De mate van toezicht
  • De verplichting het werk persoonlijk te verrichten
  • Regeling ziekte
  • Regeling verlof
  • Mate eigen investering in bedrijfsmiddelen
  • Het financieel risico

Nu kunt u zelf beoordelen of u voldoende zelfstandig bent voor de BTW….